zkv 03: Amatori!

Als mijn moeder vroeger met háár moeder serieus wilde winkelen op de Coolsingel (Rotterdam)
werd ik soms, wanneer het echt niet anders kon, “geparkeerd” bij mijn vader’s vader, opa Kars. Die woonde alleen, tweehoog in een donker achterhuis aan het Bospolderplein, (thans Marocco, zegt neef Willem).
Vagelijk herinner ik mij opoe Kars (zij was, bij mijn weten, nooit ‘n oma) in diezelfde achterkamer, op wat haar sterfbed werd, de witte lakens bij wijze van spreken al voor de ramen gespannen, als signaal aan de buurt.  Zij was lang onze enige dode, reden voor mijn moeder om met Allerzielen helemaal van Overschie naar Schiedam te tram-en-bussen om een bloemetje (syringen, als ze er waren en niet te duur)  op haar graf te plaatsen en een stukje rozenkrans te bidden. Dat was goed, want daarna gingen we een legitiem gebakje eten, warme chocolademelk voor mij  en zij koffie, voordat we aan de terugtocht begonnen.
Eerst was ik bang van opa Kars. Hij sprak haast nooit, zat altijd, nors en boos kijkend te schrijven aan Opoe’s tafel met-de-namaakpers, een kroontjespen, of een echte Bic, verwrongen in zijn hand . Hij miste een vinger aan die hand, welke vinger, wijs of middel, weet ik niet meer, moet ik eens aan Willem vragen.
Later, toen ik eenmaal kon lezen, werd hij interessant. Hij was jarenlang een hartstochtelijk , suksesvol harmonie en fanfare dirigent geweest. Amateur Hoogste Klasse! Prijzen gewonnen zelfs. Die passie kon je niet aan hem zien, stug en volledig humorloos als hij was.
Maar stille wateren hebben diepe gronden, vooral op Delfshaven; hij was in het diepste geheim net-niet-kaartdragend communist en had zich in zijn weduwnaarsjaren op eigen houtje ontpopt tot verhalenschrijver…
Toen hij ontdekte dat ik alles las wat los en vast zat, en daarbij muisstil kon zijn, liet hij mij vaak alleen in huis achter met een boek of een tijdschrift.
“Mot effe naar de hoek”, bromde hij dan en kwam een half uur, soms een uur later, neuriënd (ja, onvoorstelbaar voor zo’n man), vrolijk(!) de trap weer op.
In dat halfuurtje doorzocht ik als een literaire spion de velletjes beschreven papier die in stapels her en der door de kamer slingerden. Razend spannend was dat lezen, en opwindend, want hij nam, als het over de liefde of over mooie vrouwen ging, bepaald geen blad voor de mond!   Het werd nergens echt “schuin” zoals vieze praat toendertijd netjes heette. Gevoel voor decorum en stijl had hij wel. A. den Doolaard, Bertus Aafjes, misschien zelfs Zola, waren vermoedelijk zijn voorbeelden, alhoewel hij nauwelijks boeken had in huis, zelfs geen bibliotheekboeken.
Wanneer mijn oren rood genoeg waren, of de angst gesnapt te worden ondragelijk werd, legde ik  alles zorgvuldig terug op z’n plek en ging verder in Arendsoog, of Tom Sawyer, heilig overtuigd dat hij niets in de gaten zou hebben.
Nu denk ik dat hij mijn ontdekkingen voor lief nam. Alle schrijven, ook het meest geheime, behoeft een lezer, weten we inmiddels.
Opa Kars stierf in geconcentreerde eenzaamheid op een drukke Zaterdagmiddag in December, al schrijvend.
Werkster Nel en haar man Henk, aan wie hij de voorkamer had onderverhuurd, vonden hem zo toen ze zondagochtend op de thee kwamen. Daar wij, de familie, bijkans beroeps emigranten, ons voor het grootste deel in den vreemde bevonden, moesten Henk en Nel zijn boeltje opruimen om daarna de hele verdieping te betrekken. Dat had hij hen beloofd. En daar was haast bij, begrijp je?
Nicht Paula, die alles van iedereen weet, zolang ze maar van Rotterdam zijn, vertelde ons, dat Nel een tijdje in opa’s papieren heeft zitten lezen en zo geshockeerd raakte van zijn schunnig geschrijf over “vrouwenborstjes als frisse, kleine appeltjes” en zo, dat ze het hele pak “Autobiografische Roman” maar meteen in de potkachel kieperde, want dat wilde zij de “familje” niet aandoen.
Opa was geen lieverdje. Volgens mijn vader kwam hij vast niet in de hemel als die bestond.
Hoe hij dan, in der eeuwigheid, dat appeltje met Nel zal schillen, ik weet het niet.
RK
Over je heen vallen is niet zinvol. De tekst, je verhaal, is interessant. Ruimte voor trots. (RVT) Overigens kan ik hier en daar nog iets aanvullen. Dat van die deels missende vinger was me niet bijgebleven als eng maar is in herinnering dat plots weer wel ja.
Ik geloof niet ooit een woord met Opa Kars gewisseld te hebben.  Hij schreef de voetbaluitslagen in schriftjes, op blocnotes en achterop sigarendoosjes. Werk dat nooit gepubliceerd werd…
Opoe heb ik op mn vierde één keer gezien in een duistere kamer, een wreed ouderwets uitziende vrouw in ruime overbemeten zwarte kledij die op een ‘speciale’ stoel zat; dat bleek bij navraag de po te zijn.
Van haar overlijden nooit iets meegekregen. Meen mij te herinneren dat Opa werd begraven –zonder mij- op een dag uit de zesdaagse oorlog, Israel enzo, en ik eerste jaar Kweekschool deed. Het was mooi weer die dag. Mijn zelfverdiende Puch schitterde uitmuntend zilver-zwart-rood doorheen deze spoedig door arbeiders verlaten Bospolderbuurten.
Vele jaren later heb ik de WAR (werkgroep arbeiders literatuur Rotterdam) zover gekregen dat ze een verhaal van Opa Kars publiceerden. Er zijn nog exemplaren in de familie. Het is een klagerig verhaal over de stenen muur die hij vanuit zijn bed bestudeerde. Zo iets.  Zoals alles is zelfs die muur er niet meer.
WK
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.