zkv 51: Het Treintje v Kounellis

In ijdel gebleken navolging van Nederland’s grootste zkv-schrijver A.L.Snijders (een lang en vruchtbaar leven zij hem beschoren) wilde ik vandaag een zkv schrijven over “miniatuur”.

Ik had in de krant gelezen (VK 27/9/2011, Mirjam Bosgraaf), dat er poppenhuizen bestaan voor in poppenhuizen! Het ultieme, drie-dimensionale Droste-effect, dacht ik meteen

Maar, oi weh, oi weh, het zkv liet zich helemáál niet schrijven!

Het wilde juist uitdijen, vertakken, gaan grasduinen op de vierkante centimeter, en algeheel de kluts kwijt raken op kronkelende dwaalwegen door mijn Grand Palais van Vergeten Weetjes. (Jaja, hoogmoed, val, false pride, je weet ‘t!)

Vóór IK ‘t wist was de ochtend om zeep, opgetreuzeld met het zoeken naar dat treintje van Kounellis, een glasheldere kunstherinnering, die hardnekkiger aanwezig bleef naarmate ik meer feitelijkheden boven tafel (of is het “water”?) haalde. Ergo, blijf ik de trotse eigenaar van een welliswaar chaotische, doch zeer eclectische bibliotheek. (zoekt u dat maar eens op, ja)

De Grieks-Italiaanse beeldend kunstenaar Jannis Kounellis (1936) was tijdens het bewind van museumdirecteur/kunstgoeroe Rudi Fuchs, in de jaren ‘70-’80 een graag geziene exposant in het van Abbemuseum, Eindhoven.

Hij was/is een conceptueel/intellectueel beeldhouwer in “povere”, armetierige materialen. (Dus: jute zakken, steenkool, gipskoppen, olielampen, baksteen, ijzeren balken, gasbranders, afvalhout; van alles dat in de kunst ongebruikelijk is en daarom zonder traditie of status). Geen moeite gespaard om de toeschouwer te doen opzitten en aandacht geven. En suksesvol, het kan niet ontkent. Met het vorderen der jaren en het stijgen van zijn roem werden de beelden eenvoudiger, groter en naar mijn idee, saaier.

Echter, Fuchs, die trouwe Dominicaan v/d Kunst (Dominicaan: lett. waakhond van God) heeft een hardnekkig, onwrikbaar geloof in Kounellis en probeerde zelfs een soort oorlogsmonument van zijn hand aan de Tweede Kamer te slijten. Is geloof ik niet gelukt, ondanks dat er toen nog geen sprake was van LPFADHD of PVVDiree (flauw!). (ZIE je! DOETtie ‘t weer! Uitdijen!)

Kortom:

Kounellis, de erudiete, geëngageerde griek, maakte in 1977 een ode aan de Industriële Revolutie: modeltreintje (stoomlocomotiefje?) rijdt eindeloos rondjes om een pilaar. Op navelhoogte.

Ik herinner mij dat beeld nog heel goed. Alleen het voortsnellende treintje, om tureluurs van te worden; al het andere was ik vergeten: de ontroerende weemoedigheid, de speelse, onschuldige eenvoud, het mooie, geniale, prachtige van de vondst, en de gotspe/durf om het zó te doen EN simpelweg te laten…

In de catalogus uit ‘81, die ik zonet gevonden heb, schrijft Fuchs vanalles maar niets hierover.

Of het moest zijn:

“Een kunstwerk snijdt diep, zeer diep in het zenuwcentrum van ons bewustzijn, om ware betekenis bloot te leggen – of om ons in het hart te treffen, verlangen te produceren en dromen te vormen”.

Dat is wel mooi gezegd, maar natuurlijk geen hond die ‘t leest.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.