PAD

ZKV 344 28/3/19

Renier Vaessen, oervriend, collega, strijdmakker in de kunst, heeft een prachtig boek gemaakt.

(Lange, ingewikkelde zwangerschap; trage doch suksesvolle bevalling; toch puntgaaf, wondermooi kind; alles erop/aan; blakend gezond, levenslustig – hoera!…)

Kortom: een schitterend, gedegen en overtuigend boek is het geworden. Heus, geloof me; beter kan niet.

Dus: koop het, lees het, zeg het voort! (Leve de Face-to-Face Reclame!)

Zo, dat gezegd hebbende:

In het boek, dat maar een deel van Vaessens totale oeuvre tot nu toe beslaat, zijn de grote schilderijen, die gemaakt tussen 2001 en 2018, als vertrekpunt genomen;  met excursies naar wat begenadigd conservator- inleider Rick Vercauteren noemt de “Parallelle Artistieke Domeinen” zoals collages, atelier/reisboeken, en eigen foto’s. Daarmee is gelijk aangegeven hoe bij Vaessen de kunstzinnige vork in de steel zit.

Ooit noemde ik hem een cultuur-archeoloog, een vernuftig kunst-spoorzoeker. Dat is hij nog steeds, hoewel,  het nu niet zo zeer gaat om wat hij, soms letterlijk in de grond of gewoon in de krant, gevonden heeft, maar, vooral de laatste tien jaar, om wat hij te zeggen heeft. “Pas als ik iets te vertellen heb, schilder ik”, zegt hij.

Daarom is Vaessen geen puur abstract schilder: Er is altijd een verhaal te vinden in zijn kunst; of het nou zijn bemoeienis met de vaak wrede, al dan niet religieuze, medemens betreft; of zijn formele fascinatie voor tegenstellingen – surreëel realisme versus de expressionistische, passie-geladen verftoets; het spel met de werkelijkheid op een hallucinant, illusoir niveau.

Mijns inziens wordt dit alles immer doordesemd van zuiver, onverholen schilderplezier! Wat hij zelf, zie de aanhef van het boek, zijn eerste axioma, noodzakelijk noemt, “om het leven te beteugelen”. Zo is dat nou eenmaal, met schilders.

Ergo: Felicitas, Renier! Je bent en blijft “il miglior fabbro”.

RK